Snotolf ( Cyclopterus lumpus )

Snotolf
 
Beschrijving
Deze vissen zijn plomp en schubloos, het lichaam is bedekt met beenplaten. Op de rug, de zijden en de buik loopt in de lengte een zevental rijen met stompe stekels. Er zijn twee rugvinnen, maar bij de oudere dieren is de eerste rugvin onzichtbaar, omdat hij met een dikke huidlaag is overgroeid. Hij heeft een zuigschijf aan de onderzijde die is ontstaan uit de samengegroeide buikvinnen. Daarmee kan hij zich vasthechten aan stenen. Opvallende kleuren: helderblauw tot blauwgrijs; de jongen zijn meer groenachtig, en in de paartijd zijn de mannetjes donkerder blauw met een oranje tot rode buik.

Voedsel
Visjes, kreeftachtigen, ribkwalletjes.

Voortplanting
Tussen februari en mei, verruilt de snotolf dieper water voor ondieper water om kuit te schieten. Het vrouwtje legt de eitjes in het door het mannetje uitgekozen holletje. Het vrouwtje zet daarin per keer 15.000 tot 200.000 eieren af, het mannetje bewaakt deze. De eieren zijn bij het leggen geelachtig roze, later worden ze groenachtig. Gedurende zo’n anderhalf tot twee maanden ( afhankelijk van de watertemperatuur ) komen de eitjes uit. Ze hechten zich overal aan vast, soms aan hun eigen vader wanneer die nog in de buurt is. Later leven ze op en bij de bodem, tussen wieren en zeegrassen. In de late herfst gaan ze tenslotte naar dieper water. Snotolven kunnen zo'n 13 jaar oud worden.

Leefgebied
Typische bodembewoner, van harde bodems - rotsen en stenen; maar hij zwemt ook wel in het vrije water.

Verspreiding
Beide zijden van de noordelijke Atlantische Oceaan. Van de Russische Poolzee, IJsland en Noorwegen tot Baskenland, en van Groenland tot de Chesapeake Bay en de Bermuda-eilanden.

Snotolf ( Nederlands )
Seehase ( Duits )
Lumpsucker ( Engels )