Harnasmannetje ( Agonus cataphractus )

Harnasmannetje
 

Beschrijving
Lengte tot 20 cm, maar meestal niet groter dan 15 cm. Afgeplat en smal lichaam, met een veel dikker en breder kop-borst gedeelte. Het hele lichaam is bedekt met beenplaten. 4 stekels op de snuit. Baarddraden. Typisch omhoog gericht neusje.

Kleur
Groenbruin met een viertal donkere dwarsbanden.

Voedsel
Garnalen en andere kreeftachtigen, wormen, viseieren, weekdieren.
Voortplanting
Van februari tot april worden de 2500-5000 gele eieren in kluitjes tussen de wortels van bruinwieren afgezet. De ontwikkelingsperiode van de eieren is bijzonder lang 10-11 maanden De larven blijven in het plankton tot ze ongeveer 20 mm lang zijn, daarna gaan ze op de bodem leven. Dat gebeurt gewoonlijk in de zomer.

Leefgebied
Solitaire bodemvis. Komt voor van net onder de laagwaterlijn tot zo'n 270 m diepte, voornamelijk op zandbodems met veel losse stenen. Oudere dieren zitten zowel op zand- als slibbodems.

Verspreiding 
Atlantische Oceaan, van IJsland en Noorwegen tot aan Frankrijk, ook rond de Britse Eilanden. In ons land algemeen.
 
Harnasmannetje / Oude Vent ( Nederlands )
Steinpicker ( Duits )
Hooknose ( Engels )