Griet ( Scophthalmus rhombus )



Griet

Beschrijving
De Griet is nauw verwant aan de tarbot ( Scophthalmus maximus ), toch ziet hij er anders uit. Hij is platter en ovaler, heeft schubben (veel, kleine, maar aan de bovenkant wat grotere) en geen wratten. De voorste stralen van de rugvin zijn vertakt en zitten wat apart: de indruk van een soort borsteltje wordt hierdoor gewekt. Kan 75 cm worden, mogelijk zelfs 1 meter, maar niet in de gematigde zone: daar is 60 cm al een hele lengte. De kleur is variabel; de bovenkant is meestal zandkleurig, met een groot aantal kleine stippen en vlekjes in diverse tinten van donkerbruin tot licht olijfgroen. Ook kan de basiskleur donkerder zijn. De vinnen zijn iets lichter, de staart is wat gevlekt en de onderzijde is wit met soms wat donkere vlekken. De schutkleur van deze vis is buitengewoon.

Voedsel
Vooral vissen en kreeftachtigen.

Voortplanting
De paaitijd valt in de gematigde zone in de maanden maart en april, soms tot in de zomer. De paring vindt plaats op 10-20 m diepte. Als de 5 tot 10 miljoen eieren die een vrouwtje produceert, bevrucht zijn zweven ze gedurende ruim een week vlak onder het wateroppervlakte, alvorens uit te komen. Tussen 12 en 25 mm lengte veranderen de larven in kleine platvisjes en daarna gaan ze op de bodem leven, in ondiep water dicht bij de kust. Ze zijn dan 4 tot 6 maanden oud. Op een leeftijd van 1 tot 2 jaar gaan ze tenslotte naar dieper water.

Leefgebied
Op zand-, slib- en grindbodems. Van 1 tot 70 m diepte. De Griet graaft zich in. Hij komt ook wel in brak water voor.

Verspreiding
Van Midden-Noorwegen, de westelijke Oostzee, rond de Britse Eilanden tot noordelijk Marokko, in de Middellandse Zeeen in de Zwarte Zee.
 
 
Griet ( Nederlands )
Kleist / Glattbutt ( Duits )
Brill ( Engels )