Gewone Pitvis ( Callionymus lyra Linnaeus )

Pitvis
 
Beschrijving
Lengte tot 30 cm. Slanke vis, met een afgeplatte kop, die er van boven driehoekig uitziet. Pitvissen hebben geen schubben. De kleur is variabel, afhankelijk van seizoen en directe omgeving. Hoofdkleuren zijn geel, geelbruin met blauwe of bruine vlekken. Het mannetje is groter en heeft een sterk verlengde eerste vinstraal van de eerste rugvin en blauwe tot blauwgroene strepen en vlekken, in de paaitijd zijn deze kleuren fel. De vrouwtjes, die iets kleiner blijven dan de mannetjes en onvolwassen mannetjes zijn veel minder gekleurd en hebben niet de verlengde eerste rugvin. Ook de aarsvin van het mannetje is groter. De pitvissen hebben geen gewone kieuwspleet, maar een opening hoog op de kop. Dit houdt ongetwijfeld verband met hun levenswijze op de bodem.

Voedsel
Kreeftachtigen, weekdieren en wormen.

Voortplanting
De paaitijd valt afhankelijk van de plaats van januari tot eind augustus( hoe zuidelijker, hoe vroeger in het jaar ). De paring vindt plaats in ondiep water, na een paringsdans waarbij de gekleurde vinnen van het mannetje een duidelijke rol spelen. De eieren worden aan de oppervlakte gelegd. De vissen beginnen op de bodem met hun paringsdans en stijgen dan verticaal naar boven. Vlak bij de oppervlakte worden de eieren uitgestoten, waarna de bevruchting in het water plaatsvindt. De mannetjes worden 5 jaar oud en de vrouwtjes 7 jaar.

Leefgebied
Houdt vooral van zandbodems, waarin hij zich graag ingraaft; komt veel voor op grotere zandbanken voor de kust. Voornamelijk bodemvis. Van heel ondiep water tot meer dan 600 meter aangetroffen. Vooral in het late voorjaar ziet men ze veel voor de kust van Nederland.

Verspreiding
Van de westelijke Middellandse Zee en de Afrikaanse westkust ( Senegal ) tot aan Noorwegen en IJsland.

 

Pitvis, Schelvisduivel ( Nederlands )
Gestreifter Leierfisch ( Duits )
Dragonet ( Engels )