Diklip Harder ( Chelon labrosus )

Diklipharder

Beschrijving
De Diklipharder kan ca. 75 cm lang worden en weegt dan zo’n 5 kg. De bovenlip is verdikt en vertoont een aantal wratachtige bobbeltjes. De schubben zijn groot, en er is geen zijlijn zichtbaar. Typerend voor de groep zijn ook de twee rugvinnen. Bovenzijde zilverachtig blauwgroen, onderzijde lichter tot bijna wit.

Voedsel
Plankton, algen en kleine bodemdieren.

Voortplanting
De paaitijd ligt in het voorjaar, het gebied is het Kanaal.

Leefgebied
Ondiep water boven zachte bodems, liefst met veel wier- of zeegrasbegroeiing. Houdt van rustig water, zit vaak in riviermondingen en lagunes. Kan goed tegen vervuild water. Actieve, typisch schoolvormende vissen.

Verspreiding
Middellandse Zee, Zwarte Zee en Atlantische kusten van Noord-Afrika tot halverwege de Britse Eilanden en het Nederlandse Deltagebied. Soms tot IJsland en Scandinavië in de winters zit deze vis alleen maar ten zuiden van de Noordzee, omdat hij niet tegen een lage watertemperatuur kan. In Nederland vrij algemeen.
 
 
 
Diklipharder ( Nederlands )
Dicklippige Meeräsche ( Duits )
Thick-lipped grey mullet ( Engels)